Het is frappant: Joseph Haydn groeide op zonder één noot Bach te kennen. Het contrapunt-meesterbrein uit Leipzig is immers lang onbekend in Wenen. Terwijl Haydn als koorknaap onbeholpen zijn eerste mis op papier zet, schaaft Bach in Leipzig op zijn oude dag aan zijn Kunst der Fuge en Hohe Messe. Wel werd Haydns Sturm-und-Drang-periode omstreeks 1770 geïnspireerd door Bachs tweede zoon, Carl Philipp Emanuel. Een van de sterkste voorbeelden is Symfonie nr. 44 in e, een werk vol droefenis en gejaagdheid, maar met het misschien wel mooiste Adagio uit Haydns pen. In Symfonie nr. 104, Haydns laatste, leveren Engelse doedelzakdeunen en een vurig Balkanorkest een prachtig staaltje achttiende-eeuwse crossover. Daartussenin een nieuwe Bach-aanwinst: fagottist Sergio Azzolini voegde delen uit Bachs Klavecimbelconcert BWV 1053 en twee cantates bijeen en bewerkte ze tot wat ooit een fagotconcert van Bach geweest moet zijn. Een mooi staaltje hergebruik naar Bachs voorbeeld.